• De Nederlandse website
  • The English website
  • Deutsch Sprache
  • Langue française

Blog overzicht

Heide bloeit niet zomaar

Geplaatst op 21-08-2015

De overvloedige regen begin deze week was een plaag voor de recreant maar een zegen voor de natuur. De bossen, de planten, de gewassen op het land, de vogels en allerlei kruipende beestjes profiteerden ervan. Ook de heide. En dat is nu goed te zien. Het ziet er naar uit dat we volgende week in een paarse wereld leven. Ieder heidestruikje begint al een mooie gloed te krijgen, althans als het een gezond heidestruikje is met voldoende jonge scheuten. Aan dat laatste mankeert het nogal eens. Niet alle heide wordt door de mens goed onderhouden. Je kunt wel menen dat de hei vanzelf gaat bloeien, maar dat is toch echt niet zo. Kijk maar naar het heideveld van de Hoge Veluwe bij Oud-Reemst. Het wás een mooi stuk hei, maar de laatste jaren wordt er geen onderhoud meer gepleegd en nu is het een dor stuk land met buntgras en hier en daar een heideplant. Of kijk naar de rotonde bij het Pannenkoekenhuis op Schaarsbergen. Ooit geplant, maar nooit meer iets aan gedaan. Nu zijn het houtige, anderhalve meter hoge en dorre struiken geworden. Ik vrees dat er straks geen kleurtje op komt. Wil je hei zien bloeien dan moet je aan het werk. Hetzij met een kudde schapen, die het gras tussen de hei wegknabbelen, hetzij door te plaggen, waardoor nieuw heidezaad de kans krijgt te kiemen, hetzij door te maaien, waarmee je jonge scheuten ontwikkelt. Op de Hoge Veluwe (het park) waren jarenlang de dennenscheerders actief. Dat waren enthousiaste vrijwilligers, vrienden van de Hoge Veluwe, die iedere zomer een paar weken kampeerden in het park en dan een stuk heide onderhanden namen. Mooi, nuttig en gezellig werk. Helaas zijn de dennenscheerders "weggesaneerd". Onbegrijpelijk. Kennelijk ziet de de directie van het park niets in deze vorm van belangeloze inzet van natuurvrienden. Dom, dom. Hele volksstammen genieten ieder jaar weer van de adembenemende aanblik van bloeiende heidevelden. Er zijn niet veel gebieden meer in Nederland waar dit mogelijk is, dus directie wees een beetje zuinig op de terreinen waar dit mogelijk is en op de mensen die dit willen onderhouden.

Betsy

De piepers van de toekomst

Geplaatst op 19-08-2015

Jaap heeft gisteren de piepers gerooid. Dat is ieder jaar weer een hele klus. Jaap rooit met de hand of eigenlijk moet ik zeggen: met zijn handen. Wat is het verschil, vraagt u zich af. Ik zal het uitleggen. Als je zegt "met de hand rooien",dan bedoel je dat er geen machine aan te pas komt. Je wipt de hele aardappelplant met een vork uit de grond en je schudt de aardappels eraf. Jaap heeft zo zijn eigen manier van rooien. Hij doet dat op dezelfde manier waarop hij ook de bollen rooit. Hij trekt zijn bollenrooibroek aan, gaat op de knietjes op het land liggen en graaft met beide handen onder de aardappelplant door en haalt dan de piepers van de plant af. Volgens hem is dat de enige manier om de huid van de piepers zo min mogelijk te beschadigen. En hoe minder stootplekken de aardappel krijgt, des te beter en langer je die kunt bewaren. Twintig kistjes piepers staan nu te drogen in de kapschuur. Ze moeten nu eerst afrijpen en goed drogen, waarna ze gesorteerd worden. Daarna kunnen ze de koelcel in We hebben dit jaar vier rassen gepoot en gerooid: Eerstelingen, Lekkerlanders, Frieslanders en Parel. De laatste soort gaf de hoogste opbrengst. Geen wonder. Op de Veluwse zandgrond is dit de beste consumptiepieper. Tenminste tot nu toe. Want welke piepers zullen we over tien jaar eten? In de National Geographic van februari jongstleden stond een interessant artikel over de toekomst van de piepers. De pootaardappel, hét exportproduct van de Nederlandse boer bij uitstek wordt al jaren (sinds 1845) geplaagd door de schimmelziekte Phytophthora. Nieuwe rassen lijken in eerste instantie bestand tegen deze ziekte, maar dat is meestal maar van korte duur. Na een paar jaar heeft de Phytophthora zich aangepast (kan ook de nieuwe aardappel ziekmaken) en we weer terug bij af. Onderzoekers zitten natuurlijk nooit stil en dus wordt er via veredeling naar resistente aardappelen gezocht. Lees het artikel met aandacht (volgens Jaap moet je niet alles klakkeloos voor waar aannemen) en oordeel zelf. De Parels van nu zijn in ieder geval machtig lekker. Of de piepers van de toekomst dat ook zijn? Info: http://www.nationalgeographic.nl/artikel/is-de-aardappel-van-de-toekomst-nog-lekkerder

Bonentijd

Geplaatst op 13-08-2015

Bruine bonen, witte bonen, citroenbonen, slabonen, sperziebonen, stokbonen, snijbonen, pronkers. Kunt u er nog wijs uit worden? Voor de echte moestuinierder is het allemaal gesneden koek, maar de leek ziet soms door de bonen het bos niet meer. Wat is nu eigenlijk het verschil tussen slabonen en sperziebonen en waarom heten ze zo? Punt 1. Er is geen verschil tussen slabonen en sperziebonen. De handel spreekt meestal over slabonen, de groenteboer en de consument over sperziebonen. Ze worden ook wel prinsessenbonen of herenbonen genoemd. Punt 2.De naam is afgeleid van asperges. Dat heeft te maken met het feit, dat bonen nadat ze gekookt zijn vaak worden nagegaard in boter, zoals ook met asperges. Er gaat niets boven een lekker maaltje verse sperzieboontjes op je bord. Zo van het land in de pan en na een kwartiertje..smullen maar. Bonen telen is niet zo heel moeilijk, alhoewel het mij dit jaar niet is gelukt. Maar dat heeft te maken met de konijnenplaag in onze buurt. Zodra een boon boven de grond verschijnt, is er een konijn in aantocht. En als er één is volgen er meer. Bonen kun je op twee manieren telen: als pol en aan de stok. Als je polbonen maakt, dan leg je de bonen in rijtjes of in groepjes van 3-5. Je laat ze vervolgens groeien als een struikje. Stokbonen laat je de hoogte in groeien langs rijshout of bonenhout. Stokbonen hebben als voordeel dat je bij de oogst niet hoeft te bukken. Vaak heb je ook een hogere opbrengst. Nadeel is dat je in korte tijd moet oogsten. En waar laat je dan al die bonen? Bewaren is geen optie. Ze zijn in een week slap. Invriezen of op de ouderwetse manier wecken vind ik ook geen oplossing. De smaak is eraf. Dus blijft over: veel weggeven. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan polbonen. Ze zijn iets fijner van structuur en dat komt de smaak ten goede. Dit jaar eten we geen bonen uit eigen tuin. Onze vrienden van zorgboerderij Het Witte Water hebben ze in overvloed. We eten er lekker van mee. Info: http://www.hetwittewater.nl

Betsy

'n Zonnig koppie

Geplaatst op 05-08-2015

Tien tegen één dat je bij 'Coupe Soleil' aan een zomerkapsel denkt en niet aan een bloem. Toch staat er bij ons op de kwekerij een dahlia met die naam stralend te bloeien. In de knop kleurt de bloem oranje, maar dat zijn de buitense bloemblaadjes. Het binnenste van de bloem is wit. Als de bloem helemaal open is, ligt er een witte dot op een oranje ondergrond. Heel bijzonder. De dahlia komt oorspronkelijk uit Mexico, waar de Azteken zowel de bloem, het loof als de knol gebruikten. De bloem duikt pas aan het eind van de achttiende eeuw op in Europa. De botanische tuinen van Madrid hebben die primeur en daar wordt de bloem vernoemd naar Andres Dahl, een botanicus en leerling van Linnaes. De dahlia wordt door de lange en uitbundige bloei al snel een geliefde plant in Europa. Ook het kweken van nieuwe soorten bleek gemakkelijk en dus was het niet vreemd dat in rap tempo tientallen nieuwe kleuren en vormen verschenen. Zo'n 20-30 jaar geleden ging het een beetje bergafwaarts met de populariteit van de dahlia. De bloem kreeg een oubollig karakter en werd vooral in verband gebracht met ouderwetse boerentuinen, waar ze dienden als haag langs een oprit of als afscheiding tussen bloemen- en moestuin. Het bloemenlandschap veranderde in die jaren snel. Boerenerven verdwenen, moestuinen waren passé en de burger had geen zin meer in de werkjes die horen bij het houden van dahlia's. Denk aan het planten van de knollen, het opbinden van de bloemen, het rooien van de knollen in het najaar, het vorstvrij bewaren in de winter. En dan al die oorwormen tussen de bloemblaadjes. Als je iemand een bosje dahlia's gaf, moest je wel eerst de bloemen goed uitschudden, want anders bracht je meteen oranje/bruin glimmend ongedierte mee. De kwekers zaten niet stil. Ze bedachten een oplossing voor al die ongemakken: dahlia's op de pot. Dit voorjaar hebben we tientallen soorten opgeplant in 3-liter-potten. Groenbladige en donderbladige, hoge en lage soorten. Ze bloeien nu. Wat een gemak. Je koopt een paar potten en je hebt kleur op je terras. En heb je na de vakantie een paar kale plekken in de tuin, dan zet je er gewoon een paar potten bloeiende dahlia's tussen. Je tuin kan weer mee tot aan de winter. De 'Coupe Soleil' is een blikvanger, die je, net zoals het gelijknamige zomerkapsel, met zijn warme zonnige gloed tegemoet straalt. Info: http://users.skynet.be/foto.albert/Tips/Tips.htm

Betsy

Gezelligheid

Geplaatst op 02-08-2015

Gisteravond reed ik naar mijn moeder. Bij Oud Reemst zag ik dat neef Johan bezig was met het maaien en dorsen(combinen op z'n engels) van het te velde staande gewas. Onmiddellijk schoten mijn gedachten tientallen jaren terug in de tijd. Ik zag mezelf terug op de akkerlanden van Deelen, waar mijn ouders percelen bouwland hadden waar graan geteeld werd. Eind juli/begin augustus werd er geoogst en dan moesten mijn zus en broers helpen. Onze vader bestuurde de dorsmachine en zus Neeltje en ik stonden op de machine om te zorgen dat het graan in de goede zakken kwam. Het graan werd namelijk in de machine al geschoond (van het kaf ontdaan). Er waren vier aftappunten: twee voor het hele schone graan, één voor een mengsel van graan en kaf en één voor uitsluitend kaf. Bij een goede oogst liepen de eerste twee zakken altijd snel vol en dan moesten we hard aanpoten om op tijd de zakken de verwisselen en de volle zakken (zwaar) op zij te zetten. We stonden in de brandende zon met ook nog een loeihete machine achter ons. Geen pretje. Broer Wim reed met een tractor en een stroperser over het land om "balen te maken". Broer Gerrit en een paar jongens uit de buurt stapelden de balen meteen op wagens, zodat die 's avonds mee naar huis gereden konden worden. Ja, je was soms wel met tien man op het land. We waren dolblij als we onze moeder zagen aankomen: op de brommer met twee kleine broertjes achterop en een paar tassen met brood en koffie aan het stuur. Heerlijk pauze, eten, drinken en een poosje in de schaduw liggen. Bezoek op het land werd door ons altijd met vreugde verwelkomd, want dat betekende dat mijn vader even een praatje maakte en dan konden wij ook van de machine af en iets anders doen. Een beetje dollen, elkaar van de strobalen afduwen, een beetje uitdagen. Dat waren de leuke kanten van het werken op het land. Dus toen ik gisteravond langs Oud Reemst kwam moest ik daar weer aan denken. Wonderlijk hoe je je dan allerlei details herinnert zoals het prikkelende kaf, het scherpe stro op de blote armen, de geur van het land en het graan, de brandende zon. Maar ook hoe lekker ik de koude zwarte koffie vond, waar mijn moeder een schep zout door gedaan had. En dan 's avonds thuis boterhammen met gebakken ei en verse koffie met hete melk. Bij mijn moeder aangekomen haalden we samen die herinneringen op. Onze conclusie: het was wél een harde tijd maar ook gezellig.

Betsy