• De Nederlandse website
  • The English website
  • Deutsch Sprache
  • Langue française

Blog overzicht

Een voorjaarsbol met een moeilijke naam

Geplaatst op 27-02-2018

Scilla’s (sterhyacinten of streephyacinten) zijn voorjaarsbloeiende bollen. Ze behoren, evenals de gewone hyacint, tot de familie van de hyacinthaceae. Ze vormen echter wel een afzonderlijk geslacht. Er komen zo’n 50 soorten in de natuur voor in een groot verspreidingsgebied in zowel tropisch Zuid-Afrika tot aan de gematigde streken langs de Middellandse Zee. Maar ook in andere delen van Europa en in Azië zijn soorten gevonden. Veel scilla’s zijn al eeuwen geleden bij ons geïntroduceerd en gaan al zo lang mee dat ze helemaal in onze tuinen thuishoren. Het leuke van de scilla is dat zodra de eerste puntjes uit de grond komen, er ook al meteen bloemen te zien zijn. En dat in een tijd dat er nog weinig kleur in de tuin te bekennen is. Eén van de vroegst bloeiende soorten is Scilla mischtschenkoana. Over zo’n naam breek je bijna je tong. Deze scilla is vernoemd naar de Russische botanist Misczenko (1869-1938). Ook al mag de naam dan een verschrikking zijn, de bloem is des te mooier. Deze scilla bloeit min of meer gelijk met de sneeuwklokjes, dus in februari. Ze komen uit de grond met bloemen die een lichtblauwe waas hebben, die vrij snel verkleuren naar hagelwit. De stevige vorst van de afgelopen dagen deert de scilla niet. Ze laten misschien hun bloemen een beetje knikken, maar na de vorst bloeien ze weer even stralend verder. Scilla’s zijn prima voor de verwildering. Binnen een paar jaar heb je in de winterdag een heel tapijt van mooie ster- of streephyacinten in de tuin.

Betsy

Iedere dag een nieuwe bloem

Geplaatst op 22-06-2017

Het mooie van de daglelie is dat je wekenlang iedere dag van een nieuwe bloem kunt genieten. Deze plant heet dan ook niet voor niets daglelie. Daglelies zijn afkomstig uit China, Korea en Japan. Er zijn van oorsprong maar 15 soorten (species) bekend, maar veredelaars en kwekers over de hele wereld zorgen al eeuwenlang voor een nog steeds groeiend aantal cultivars. De Latijnse naam voor daglelie is Hemerocallis. In het Grieks betekent hemera ‘dag’ en kallos ‘schoonheid’. Daglelies zijn volkomen winterhard en stellen geen bijzondere eisen aan bodemsoort of standplaats. Omdat de plant weken achtereen bloeit, heb je niet eens in de gaten dat iedere bloem slechts één dag bloeit. Daar komt nog bij dat er duizenden!! cultivars van deze plant zijn, die variëren in kleur van wit tot groen, geel, oranje, paars en bijna zwart, die ook nog eens verschillen in bloeitijd. Er zijn vroegbloeiende soorten die al half mei in bloei staan, maar ook laatbloeiende soorten die pas in juli beginnen te bloeien. Met een beetje slimme aanplant van diverse soorten heb je bloeiende daglelies in de tuin staan van mei tot eind augustus. In de oudheid werd de Hemerocallis gekweekt als voedsel en als medicijn. De bloembladen van de daglelie zijn knapperig en fris. Vooral de lichtbloeiende soorten hebben lekkere bloemen, zelfs een beetje zoetig. Ze zijn goed toe te passen in salades of als garnering op toast. Op onze kwekerij en in de moestuin bloeien tientallen soorten.

Betsy

Even een ruikertje plukken

Geplaatst op 07-05-2017

Soms is het jammer dat mooie, betekenisvolle woorden uit het verleden, in het vergeetboek raken en niet of nauwelijks meer worden gebruikt. 'Ruikertje' is daar een voorbeeld van. Wie gaat er nu nog naar de bloemist om een ruikertje te kopen? We spreken al gauw van een bos bloemen en liever nog van een boeket. En in bepaalde kringen schrijft men dit woord zelfs bij voorkeur in de originele Franse spelling:bouquet. In vroegere tijden was een ruiker een bal van welriekende gom of specerij die dienst deed als reukwerk en gebruikt werd op plaatsen waar vervelende luchtjes hingen, zoals in een klerenkast of in bepaalde vertrekken van het huis. Geleidelijk aan werd het gebruik van het woord beperkt tot een bos bloemen of op zijn Frans: bouquet.Vandaag heb ik een ruikertje in huis gezet van boshyacinten. Daar hoefde ik niet voor naar de bloemist, want op en rond onze kwekerij en minicamping ziet het op dit moment roze, blauw en wit van de boshyacinten. Het is één van die makkelijke voorjaarsbloeiers, die je als bolletje maar één keer hoef te planten. Ze zijn volledig winterhard en zaaien zich geweldig goed uit. Dat noemen we verwilderingsbolletjes. De boshyacint (hyacinthoidus) is door de Romeinen meegenomen naar West-Europa en komt van oorsprong voor in het Middellandse Zeegebied. Hij lijkt op de hyacint en is daar uiteraard ook familie van. Hij heeft echter een veel lossere en meer speelse bloeiwijze. Hij doet het goed op iedere grondsoort, zelfs op onze kale zandgrond, zoals goed te zien is op ons veld. En de bijen vliegen volop op de bloemen. We hebben nu dus een origineel ruikertje in de kamer staan.

Betsy

Storm King in Otterlo?

Geplaatst op 17-11-2016

De televisie staat bij ons niet zo heel veel aan. En zo ja, dan kijk ik nog het liefst naar documentaires op de BBC of Nederland 2. Vanavond zag ik een reportage over het indrukwekkende Beeldenpark Storm King nabij New York. Beeldenpark is misschien niet eens het goede woord. Het is meer een natuurgebied van 500 acres(ongeveer 250 ha) waar kunst en natuur samen het landschap bepalen. Op een verpletterende manier zijn de eigenaren/conservatoren/kunstenaars erin geslaagd gigantische en imposante kunstwerken te laten samenvloeien met de bossen, de heuvels, het water en de luchten. Alleen al de televisiebeelden gaven mij het gevoel dat ik als een heel klein mensje onderdeel ben van de kosmos. Maar toch ook zag ik enige gelijkenis met de beeldentuin van het Kroller-Muller-Museum hier vlakbij. Ook in het KMM is de kunst opgenomen in de natuur. Die herkenning voelde ik ook omdat ik sculpturen en kunstwerken zag van kunstenaars waarvan ook werken in de beeldentuin van het KMM staan. Denk aan de open sculpturen van Barbara Hepworth en de rode staalconstructies van Mark di Suvero. Ik zeg weleens tegen onze gasten dat ze eigenlijk een hele dag moeten uittrekken om goed te kunnen genieten van de kunst en cultuur in het Kroller-Muller Museum. Het Storm King Centre is echter tien keer zo groot. En de kunstwerken zijn ook vele malen groter dan hier. Wat te denken van constructies van 20 meter hoog of een meanderende stenen muur van 800 meter lang. Je hebt aan één dag niet genoeg om alles in je te kunnen opnemen. Dus laten we het er maar op houden dat we een Storm King in-het-klein in Otterlo hebben.Info: http://www.stormking.org

Betsy

'n Vies soepje

Geplaatst op 12-07-2016

Jaap is een vies soepje aan het brouwen. Hij doet er veertien dagen over. Het soepje is bestemd voor de slakken. Niet om ze vet te mesten, maar om ze een zachte dood te bezorgen en daarmee onze planten te redden. Je moet per slot van rekening iets verzinnen om deze glibberige vreetgrage beestjes te bestrijden. Als je op internet rondstruint kom je legio methoden tegen, met wisselend succes. Slakkenkorrels schijnen te werken, maar zijn nu niet bepaald milievriendelijk en ook niet goedkoop. Ouderwets vangen is een al jaren beproefde methode, die heel goed werkt als je tuin niet al te groot is en als je consequent iedere avond in de schemer de ronde doet. Diverse andere methodes, zoals steentjes, cacaodoppen, koffieprut, enz, enz. geven slechts een matig resultaat. Op de kwekerij moeten we veel moeite doen om de slakken uit de hosta's, de phloxen en Bessera elegans te houden. De potten met dahlia's hebben we uit voorzorg op een stuk bestraat terrein gezet. Daar komen de slakken niet. De afstand tussen hun schuilplaatsen in het struikgewas en de dahlia's is te groot. En ze moeten dan een meter of tien over de stenen kruipen en daar hebben ze een hekel aan. Nee, slakken kun je het beste aanpakken met aaltjes. Alleen als je iedere keer weer een hele partij aaltjes moet kopen, dan wordt dan een kostbare methode. Je kunt de aaltjes ook zelf kweken. Dat is eenvoudiger dan menigeen denkt. De meeste slakken dragen al een aantal parasieten, waaronder aaltjes (nematoden) bij zich. Door een aantal slakken bij elkaar in een emmer te doen, een bodempje water erbij en wat groenvoer, vermenigvuldigen die aaltjes zich razendsnel. Na veertien dagen zijn de slakken dood en heb je een hele emmer nematodensoep. Het ziet er niet uit. Het hele handeltje moet je zeven, de gieter bijvullen met water en daarna kun je op een regenachtige dag als de slakken aan de loop zijn de planten besproeien met de soep. De aaltjes zakken tussen de planten door naar de bodem, de slakken lopen erover en worden besmet, waarna ze dood gaan. Dode slakken worden veelal ook opgevreten door andere slakken en omdat de dode slakken vol nematden zitten, worden ook die levende slakken weer besmet. Een soort klinkloop dus. Na zes weken moet je deze methode herhalen. We weten nog niet of het bij ons ook werkt. Maar het is het proberen waard. Voorlopig hebben we een vies soepje in de schuur staan. Info: http://www.velt.be/categorie/slakken.

Betsy