• De Nederlandse website
  • The English website
  • Deutsch Sprache
  • Langue française

Blog: Vrolijke lentebloeiers

De aanblik van een rij narcissen langs een oprijlaan of in een wegberm bezorgt menigeen een vrolijk humeur. Niet zo vreemd. Je moet wel een echte iezegrim zijn wil je niet blij worden van de kleurige bloemen en wapperende trompetjes(cupjes). En hoe leuk is het om kijkend uit het keukenraam te genieten van zo’n vrolijk veldje narcissen in de eigen tuin. Narcissen behoren tot de familie van de Amaryllidaceae. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de narcis is Europa en Noord-Afrika, waar zo’n dertig soorten (species) in de natuur gevonden zijn. De naamgeving is afkomstig uit de Griekse mythologie. Het verhaal gaat dat toen Narkissos wilde drinken uit een heldere beek, hij op slag verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld. Hij kon niet stoppen met naar zichzelf te kijken. Dat werd hem fataal, want hij werd zo moe, dat hij vooroverviel en verdronk. De bekende botanicus Carl Linnaeus vond de narcis zo mooi dat hij die vernoemde naar deze Griekse god: het cupje of de trompet van de narcis wijst immers ook naar beneden. Veredelaars en kwekers hebben in een paar honderd jaar het assortiment weten uit te breiden met duizenden cultivars, ook in andere kleuren dan de bekende gele narcis. Vooral de laatste jaren zijn er mooie nieuwe gele en witte narcissen in de handel gebracht, waarvan de kleuren van de cupjes variëren van oranje tot abrikoos roze.Waar moet je op letten als je in je eigen tuin narcissen wilt aanplanten en daar jarenlang plezier aan wilt beleven? In de eerste plaats is het aan te raden te kiezen voor vroege en betrouwbare sterke cultivars, zoals February Gold en Rijnveld’s Early Sensation. Als je deze twee soorten -die veel op elkaar lijken- gemengd plant, heb je van eind januari tot eind maart gele narcissen. Ze doen het ook goed op de vaas. In de tweede plaats moet je de bol beschermen tegen de narcissenvlieg. Deze vlieg legt in mei eitjes bij het ondereind van de bladeren. Uit die eitjes komen larven, die naar de bol kruipen om zich te voeden. Ze vreten de bol op, waarna ze zich verpoppen om het volgende jaar als vlieg uit de grond te komen en een nieuwe narcis uit te zoeken. Door de bollen tenminste 20 cm diep te planten voorkom je dat de larve bij de bol kan komen. Er is altijd een risico dat je bollen koopt waar de larve van de narcissenvlieg al in zit. Koop daarom bollen bij voorkeur bij gespecialiseerde en betrouwbare kwekers. Zij verkopen alleen bollen, die een warmtebehandeling hebben gehad, waarbij eventuele aanwezige larven gedood zijn. Met bovenstaande wetenschap op zak moet het lukken om jarenlang te genieten van vrolijke narcissen.

Geplaatst op 20-03-2018